zoals maria magdalena, mooi en daadkrachtig,
wiens vloek is om metafysisch te treuren
iedere keer dat een droom begraven wordt
onder het onaantastbare keramiek van het scepticisme,

iedere keer dat van haar beeld van geluk
enkel een regen van gezichtsbedrog overblijft,
mateloos en onvoldaan,
vergezeld van de grijns van de buurman
die zijn recht kent om stenen te gooien – en het ook doet,

elke keer dat zwart licht ontsnapt vanuit de ochtendzon,
bedrieglijke voortzetting van de nacht,

ik heb niet persé god nodig, ogen – geest – lichaam,
ik heb genoeg aan een engel, een engel naïef en gevoelig,
die mij kan ontzien van de meta-hiaat
“neem het en ga, voer het aan de honden,
begraaf hem in de woestijn van alle achtergelatene!”
en mij bevrijden van het syllogisme,
cabotin zonder scrupules, infame boemerang,
de oorzaak van de echtscheiding tussen mij en de wereld
parabel van alles dat ik niet ben en dat ik niet wil zijn…

kijk: ik heb een steen in mijn hand …
wil iemand hem hebben? ik gooi hem niet, je krijgt hem van mij …