Sări la conţinut
octombrie 17, 2011 / mihahela

De ethiek is dood, lang leve de ethiek

Vroeger, in mijn gouden jaren, had ik een vriend. Hij studeerde schilderkunst en hij was een amateurfilosoof. “Amateur” niet omdat zijn theorieen “amateuristisch” klonken, maar omdat hij professioneel was, een tekenaar, een full-time kunstenaar. Wij, samen met meerdere vrinden van ons, kunstenaars, architecten, schijvers (allemaal “aan het worden”), hadden af en toe, ongeprogrammeerd, vergaderingen. Toevallige ontmoetingen bij iemand thuis tijdens een gek feest, in de achtertuin of zo. Meestal s’nachts. Daar werd het speculatieve beest in ons los gemaakt en het was ongelofelijk wat je toen kon horen: soms boze declaraties over god, de regering of de toekomst, soms lange dytirambische gedichten van een van ons die wat meer alcohol had gedronken dan de anderen en, echt soms, een discussie tussen twee of drie personen waarvan mijn nieuwsgierigheid zo werd geprikkeld dat het bijna pijn deed. Het waren kleine wonderen, deze vergaderingen, in een tijd van opressie, armoede en angst.

Mijn vriend, de tekenaar (hij was altijd bezig met tekenen, hij maakte toen een reeks van 20-30 tekeningen van mijn gezicht in verschillende expressies: steeds een andere ik, gezien door steeds een andere spiegel, ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan terugdenk…), had toen een soort lievelingsuitspraak die hij gebruikte elke keer als het ging over mensen die filosofie (filosofische redeneringen) niet konden begrijpen, deze mensen waren dus meestal de vrouwen. Hij zei “One cannot LIKE a book or a philosopher or an idea. For the simple reason that a book, a philosopher or an idea is not a cake with cream that tastes good!”*… Een soort ultiem criterium van hoe je gedachten formuleert. Het was sarcastisch bedoeld en het werkte: sindsdien ben ik altijd op m’n hoede als ik een kwalitatieve opmerking moet of wil uiten over een boek, een filosoof of een idee. En het hielp…

Meer dan vaak moet ik aan zijn “gebakstheorie” terugdenken. Tegenwoordig zijn “ik vindt het lekker” of “ik vindt het leuk” DE manier om over serieuze dingen te praten. Natuurlijk komt het ook door het feit dat de media alleen dat aanbiedt dat als “lekker” of “leuk” beschouwd kan worden. Maar dit gaat toch een tikje te ver.

Gezien het feit dat de manier waarop wij woorden gebruiken ons vormt en ons uiteindelijk definieert, zou retoriek als vak terug moeten naar de schoolbanken. Stel je voor: groep 5 retoriek, een kort fragment uit shakespeare vertaald voor de kinderen, for brutus is an honorable man. Een les in mooi praten, in woorden zoeken die samen een betekenisvolle zin vormen. Met grappige boeken. En als het leuk is, willen ze het ook doen, steeds weer. En dan hebben sommige kinderen talent, en dan krijg je 16 jarige “retoren” en sommige kinderen vinden het niet fijn dat ze zich met woorden moeten bezighouden maar ze doen het toch. Het goede wat hieruit voortkomt is dat ze allemaal min of meer bewust worden van HOE je dingen moet zeggen. En hier komt de truc: als je kinderen gaat leren HOE ze de woorden moeten gebruiken, dan komt er ook een tijd (niet lang daarna) dat je de kinderen ook moet leren WAT ze met de woorden zouden moeten zeggen. Les in retoriek met een vleugje ethiek!

Het was ook in mijn gouden jaren dat ik over relativisme hoorde. Het woord zelf kwam met een hele wereld vol betekenissen. Wij hadden niet veel boeken, soms werden boeken op de typmachine gekopieerd en ze circuleerden van mens tot mens, ik had er maar één gezien, een boek van E.M. Cioran, Roemeense diaspora in Frankrijk, toen nog verboden om te lezen. Het grootste deel van mijn kennis was opgedaan tijdens deze donkere jaren door boeken die ik in de bibliotheek kon vinden en dat waren de klassieken of door gesprekken met mijn vrienden, door nachtelijke gesprekken van een groep mensen die op zoek waren naar de waarheid. Relativisme, als fragmentarisch concept, was triest. Dat wij uit de gezelligheid van het absolute moesten treden, een drama. Ik zocht boeken, ik vroeg om mij heen. Wie is Einstein? Leeft Wittgenstien nog? Popper? Een betere wereld? Welke wereld? Welke ik? Een zoektocht die meerdere jaren duurde en het is, helaas, niet vrolijk afgelopen.

Het werd mijn belangrijkste dichotomie: relatief – absoluut. Ik kon het overal op toepassen van de keuken tot het budoir, van de buurvrouw tot de president, (doe ik nog steeds!) ze waren allemaal mijn slachtoffers, mijn poppetjes. Ik speelde ermee als een kat die een muis wil opete. Ik deed mee aan het spelletje met als slachtoffer mezelf, ervan bewust dat buiten deze twee woorden er niets meer is. Binaire wezens, met één wens: een waarheid te vinden!

De mensen op straat met hun “lekker” en “leuk” hebben het bewezen: relativisme is overal toegepast, u kunt dit als absoluut beschouwen. En durf ‘t niet om het “subjectivisme” te noemen, het zou alles te simpel en goedkoop maken… Uiteindelijk, alleen als u me niet gelooft wordt alles relatief. Toch?

* ik gebruik engels omdat er in het nederlands twee woorden bestaan voor hetzelfde Engelse “like” – het “leuk” of “lekker” vinden – met verschillende toepassingen.

Lasă un răspuns

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Schimbă )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Schimbă )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Schimbă )

Connecting to %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 45 other followers